Joost Kragtwijk staat aan het roer van Kragtwijk Finest Food. Kragtwijk staat bekend om de catering voor diverse bedrijven en organisaties. Vorige kandidaat Martin Stam vraagt hem: welke invloed hebben de gebeurtenissen in de wereld op jouw bedrijf en hoe ga je daarmee om?
Kun je ons meenemen in de historie van het bedrijf?
“Mijn ouders komen uit Bovenkerk. Ze hadden vroeger de snoepwinkeltjes in de diverse sporthoreca in Amstelveen, onder meer bij het Keerpunt en de Poeloever. Op een gegeven moment kreeg mijn vader de vraag of hij ook catering kon verzorgen. Destijds waren er nog niet zoveel cateringbedrijven. Hij vroeg een offerte aan bij de bedrijven die ook de catering voor Martin Air en KLM verzorgden en dacht: dit kan ik beter! Zo geschiedde. Hij stopte met de diverse horecazaken en de winkel, en hield alleen het Keerpunt aan. Daarnaast ging hij de catering verzorgen voor particulieren. Zo heeft hij het bedrijf opgebouwd.”
Was het een logische stap om je vader op te volgen?
“Ons hele gezin was bij het bedrijf betrokken. Als kind stond ik op woensdag al ballonnen op te blazen en vulde ik snoepzakjes voor kinderpartijtjes. Toen mijn vader begon met de catering, hielpen we als gezin mee. Na het eten ging hij vaak terug naar de zaak om gerechten en hapjes te bereiden. Dan stond ik daar bijvoorbeeld eieren te pellen. Als ‘Gute Nacht, Freunde’ te horen was op de radio (de eindtune van het programma ‘Met het Oog op Morgen’, red.) was dat het teken om naar huis te gaan. De volgende dag wachtte immers school. We hebben als gezin goede herinneringen aan die tijd.”
Hoe heb je je geschoold in het vak?
“Ik heb de hotelschool gevolgd en heb vervolgens in de keuken gewerkt bij verschillende horecabedrijven. In 1998 heb ik de zaak van mijn vader overgenomen, samen met mijn broer. Hij werkte toen al in het bedrijf. Mijn broer richtte zich op de commercie, ik op de keuken. Toen we het bedrijf overnamen hadden we zo’n zes man in dienst, nu zijn het een veelvoud daarvan. In de samenwerking met mijn broer kwam op een gegeven moment de klad, en in 2015 ben ik alleen verder gegaan.”
In 2018 heb je Langerhuize overgenomen. Waarom?
“De overname van Langerhuize was een kans die ik niet kon laten schieten. Ik stond nog niet zo lang alleen aan het roer toen ik werd benaderd door de toenmalig directeur van Langerhuize. Het ging niet goed met het bedrijf, ze verzorgden maaltijden voor onder meer de zorg en ze waren gespecialiseerd in koosjer. Vooral in de zorg was het lastig om iets te verdienen en dat kostte het bedrijf bijna de kop. We kwamen eruit en zo werden we in één keer een stuk groter. Het was bijna alsof Klein Duimpje de reus overnam.”
Je kreeg er ook een specialisme bij?
“Ja, dat betekende wel een omschakeling. Het personeel en ik moesten aan de bak en leren over de Joodse gebruiken, regels en tradities. De regels voor koosjere maaltijden zijn heel streng en daar moeten we als bedrijf aan voldoen. Voor mij voelt het als verrijking, de kennismaking met andere culturen. Bij ons werken mensen met heel diverse achtergronden. Dat maakt het werk voor mij alleen maar leuker!”
En toen kwam corona. Zijn jullie daar goed doorgekomen?
“Het was een hele uitdaging, maar als bedrijf zijn we er sterker uitgekomen. Vanaf het begin van de crisis wilde iedereen zijn schouders eronder zetten. Daardoor zijn de twee bedrijfsculturen sneller bij elkaar gekomen, en werd echt een team gevormd. Tijdens de coronacrisis hebben we veel klanten erbij gekregen, klanten die in eerste instantie niet veel opleverden, maar waar we wel trots op waren. Helaas hebben we wel afscheid moeten nemen van een aantal hele goede krachten, omdat we hun contract niet konden verlengen. Dat was zuur, want deze mensen zijn voor altijd verloren voor de horeca. Een half jaar later, toen de crisis voorbij was, kregen we zoveel aanvragen dat we handen tekort kwamen.”
Hoe heb je dat opgelost?
“De oplossing diende zich aan, en zo gaat het eigenlijk altijd. Vanwege de oorlog in Oekraïne kwamen veel vluchtelingen naar Nederland. De gemeente vroeg ons de maaltijden te verzorgen voor de driehonderd vluchtelingen die in Amstelveen werden opgevangen. Zo stonden we dichtbij de Oekraïners, die ons graag tips gaven voor de maaltijden. Een aantal van hen heeft bij ons een baan gevonden. Het zijn gewaardeerde collega’s, ze werken hard. Alleen de taal was lange tijd een probleem. We hebben ze daarom de keuze gegeven: een cursus Engels of Nederlands op onze kosten. Ze kozen voor het Nederlands.”
Hoe beïnvloedt de oorlog in Gaza jullie bedrijf?
“We krijgen veel minder orders binnen. Dat merken we ook financieel. We zijn ons daarom gaan specialiseren in andere diëten. We beschikken over verschillende keukens en kunnen alle stromen goed gescheiden houden. We maken nu ook glutenvrije, halal en vegan maaltijden. We kunnen maaltijden aanbieden die rekening houdt met de veertien meest voorkomende voedselallergieën. Hiermee zijn we een nieuwe klantenkring aan het op bouwen, en ons bedrijf te verbreden.”
Hebben jullie daar ook in de toekomst ruimte voor?
“Ik weet het niet. De gemeente heeft plannen voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein. We zullen dan waarschijnlijk moeten verhuizen. Voor het nieuwe bedrijventerrein, aan de grens met Uithoorn, is echter nog niet alles in kannen en kruiken. Is er straks voldoende grond en stroom beschikbaar? Ik ben er niet zeker van. In de toekomst zullen we wellicht moeten uitbreiden, maar dat kan niet hier. We zijn echter wel aan deze regio gebonden.”
Bron: Amstelveens Nieuwsblad